Interview Lorenzo en Raymon in Dagblad De Limburger

Vrijdag 21 februari schonk Dagblad de Limburger met een groot artikel aandacht aan Lorenzo Caboni en zijn coach Raymon Truijen. In dit artikel vertellen beiden over de ontwikkeling van het breakdancen, hun ambitie richting de Spelen in 2024 en de steun die ze onder meer krijgen van Gaan voor Goud. Het hele interview lees je hieronder:

Nu breakdance in 2024 zo goed als zeker olympisch wordt, hebben Lorenzo Caboni en z’n coach Raymon Truijen van Fresh Allstars uit Weert er een nieuw doel bij. Een olympische status vinden ze prima. „In onze scene gaat het om respect verdienen van de tegenstander, op de Spelen draait het om medailles.”
Lorenzo Caboni komt dan onschuldig over, zodra de 14-jarige breakdancer de vloer op gaat om te laten zien wat hij in huis heeft, spat de energie er van af. En aan het einde van zijn performance slaat hij z’n armen stoer over elkaar met een blik van: zó, had jij nog wat?

Zelfs Raymon Truijen, al jaren zijn trainer bij het team van Fresh Allstars in Weert, krijgt nog altijd een glimlach op z’n gezicht als hij ziet hoe Caboni tijdens een performance transformeert van een relatief bleu manneke in een zelfverzekerde danser. „Ik zie hem wel eens naar school fietsen. Dan rijdt hij achteraan in de groep. Onopvallend. Op de dansvloer valt Lorenzo juist wel op.”

Wereldtop
Met Caboni, LOOT-leerling (derdejaars atheneum) aan Het College in Weert, heeft Truijen een breakdancer in huis die in zijn leeftijdscategorie tot de wereldtop behoort. Iemand die met wat geluk op de Spelen van Parijs 2024 te bewonderen zal zijn. Als het Internationaal Olympisch Comité in december het verzoek van de Franse organisatie om breakdance over vier jaar toe te voegen aan het programma honoreert, dan betekent dat het debuut van deze discipline op het grootste sportevenement ter wereld.

Of Caboni daar blij mee is? Op zich wel. „Het is goed dat het olympisch wordt. Dan kunnen we meer mensen laten zien wat we doen. Wel hoop ik dat de cultuur erachter niet verdwijnt. Breakdance is toch een bepaalde scene. Beetje urban. Dat moet zo blijven.”

Verdeeld
Feit is dat breakdance, vooral onder jongeren populair, op een kruispunt staat. Een olympische status in het vizier en dus toegang tot een groter publiek; het biedt nieuwe perspectieven. Maar binnen het wereldje zelf zijn de meningen verdeeld, merkt Truijen, zelf jarenlang professioneel breakdancer en nu eigenaar van dansschool Fresh. „Er zijn twee kampen. Aan de ene kant heb je de groep die blij is dat we olympisch kunnen worden. Het betekent meer aandacht, meer kansen op commercieel gebied. Daartegenover staan de puristen die zeggen: wij hebben de Spelen niet nodig. Zij zien het evenement als een bedreiging, denken dat breakdance aan puurheid verliest als het olympisch wordt. In onze scene gaat het om respect verdienen van de tegenstander, op de Spelen draait het om medailles. Een groot verschil.”

Weggestuurd
Persoonlijk ziet Truijen vooral voordelen in een olympische status. „Het opent makkelijker bepaalde deuren, denk ik. Mijn generatie breakdancers werd weggestuurd uit het winkelcentrum waar we trainden omdat we geen andere plek hadden. Nu we met een olympisch programma zijn gestart, krijgen we steun van meerdere partijen. De gemeente, stichting Gaan voor Goud. Onze droom is om in Weert een landelijk topsportcentrum voor breakdance neer te zetten: een eigen hal met verende vloer en andere faciliteiten. Dat lukt misschien eerder als je een olympische sport bent. Zelf denk ik ook dat de Spelen toe zijn aan vernieuwing, of het nu breakdance, sportklimmen of skateboarden is.”

Caboni wil intussen gewoon lekker zijn moves en tricks tonen. De drievoudig Nederlands jeugdkampioen doet dat sinds een paar maanden bij de senioren, hoewel hij nog 15 moet worden, en reist de hele wereld over voor wedstrijden, van China tot Amerika en Griekenland. Daarvoor traint hij hard; gemiddeld twintig uur per week met een piek op zondag (4,5 uur). Trainen bestaat niet alleen uit fysieke arbeid. Ook het bekijken van filmpjes van andere dansers om inspiratie op te doen voor oefeningen hoort daarbij.

Essentie
Blijft de vraag of breakdance nou sport is of niet. „De een zegt dat het kunst is, een ander een dansvorm, een derde een vorm van cultuur en weer een ander vindt het sport. Voor mij is het van alles een beetje: het is kunst met een vleugje sport. Waarbij het er om gaat mensen te verbazen”, zegt Truijen.

Maar de echte essentie zit hem volgens de coach in het licht eigenzinnige karakter van breakdance. „Typerend voor ons is dat je je niet hoeft aan te passen. Het loont om jezelf te zijn. Als dat betekent dat je anders bent dan anderen, dan mag dat.”

Scroll naar top