Ik ga voor goud

Alle (top)sporters doen het, bedrijven zijn erop ingesteld en in het dagelijks leven willen veel mensen het ook: het hoogst mogelijke bereiken. Een hoge beursnotering, een hoger cijfer halen dan je klasgenoot of als eerste optrekken voor het stoplicht, voor iedereen zijn de doelen en verwachtingen anders.

 

Bij sporters is het hoogst mogelijke veel eenduidiger: het hoogst haalbare is goud. Gaan voor Goud. Als topsporter wil je het uiterste uit jezelf halen en train je niet voor een tweede plek. Ook al vertellen mensen je dat het onmogelijk is, er is voor een topsporter niets dat blinkt als goud. Hoewel het gezegde wat anders zegt.

 

En daar train ik ook voor, en met mij al mijn concurrenten. Daarvoor wil ik me 100% kunnen focussen en dat kan ik alleen als alle middelen om mij heen mij ontzorgen. Ik gebruik mijn smartphone, tablet en laptop om in contact te blijven met mijn fans maar ook voor het terugkijken van filmpjes waardoor ik mijn techniek kan verbeteren. En ook al gaat een carrière natuurlijk niet alleen over die gouden medailles en glorie; écht leren doe je van fouten maken en – op zijn tijd en natuurlijk liefst niet te vaak – verliezen.

 

Soms komt de klap erg hard aan. Zoals bij de Wereldkampioenschappen afgelopen zomer, toen ik tijdens ‘mijn’ 200 meter vrije slag in de halve finales strandde. Zaak is dan om goed na te denken over wat er fout is gegaan en te leren van je fouten. De knop moet dan om en je moet verder.

 

Proberen om na een valpartij weer op te staan, dat is wellicht het moeilijkste in een sportcarrière. Je fouten onder ogen zien, die aanpakken en je opnieuw focussen op de juiste route naar succes.

 

Gaan voor Goud dus. Komend seizoen staat voor mij in het teken van slechts één toernooi: de Olympische Spelen in Londen. Daar zwem ik de 100 en 200 meter vrije slag individueel en de 4×100 meter wisselslag.

 

Ik ga voor goud. Haalbaar? Dat zien we in de zomer van 2012.