“Na de Olympische Spelen in de zomer ging ik met veel motivatie het eind van het jaar in. Het begon met een wedstrijd in Zwitserland, waarbij ik samen met mijn vrienden van over de hele wereld een van de moeilijkste ‘crew’(team) wedstrijden won. We zijn samen gaan dansen, omdat we allemaal jong zijn en willen laten zien dat we nu al ook de meest ervaren dansers kunnen verslaan. In de halve finale moesten we tegen een van de meest populaire crews in de wereld op dit moment.
We gaven alles wat we hadden en gingen door naar de finale. In de finale waren we al blij, omdat we de ronde ervoor hadden gewonnen, maar we gingen geen genoegen nemen met een tweede plek. We danste tegen een Japanse crew en eindigde met een gelijk spel. Dit betekende dat we nog een extra ronde moesten doen om te bepalen wie de winnaar was. Ik begon mijn ronde en probeerde alles eruit te halen wat ik nog had. Daarna wachtte we op de uitslag en gingen de handen van de jury’s naar onze kant. We waren allemaal blij en opgelucht, omdat we ons doel hadden bereikt, om te laten dat wij als de jonge dansers ook de meest ervaren kunnen verslaan.
Twee weken later had ik een 1-tegen-1 competitie in Parijs. Ik ging erg kalm de wedstrijd in, omdat ik niet te veel bezig was met winnen. De top 16 ging voorbij, toen de top 8 en toen stond ik in de halve finales. Ik moest tegen een Franse danser die de ronde ervoor één van mijn vrienden uit China had verslagen. Ik was nu erg gemotiveerd om te winnen, maar het was geen makkelijke tegenstander. Toch eindigde ik met de stemmen van de jury’s en ging ik door naar de finale. Hier moest ik tegen een danser uit Oekraïne. Hij was erg goed en kwam met rondes waar ik bij dacht “ik moet echt door gaan zetten”. Na 2 rondes keek ik naar de scores en zag dat ik had gewonnen. Ik had de hele competitie gewonnen zonder een ronde te verliezen. Ik was erg trots op mezelf, omdat ik lang geen 1-tegen-1 competitie buiten het Olympisch traject om had gedaan en ik mezelf had bewezen dat al het harde werk het waard was.
De week erna had ik samen met mijn team The Ruggeds de Nederlandse kampioenschappen. Omdat ik al 2 competities hiervoor had gewonnen kon ik deze niet verliezen. Ik en mijn crew hadden goed voorbereid en wonnen de competitie redelijk gemakkelijk. Nu had ik 3 competities op een rij gewonnen, maar ik ging de week na deze derde winst naar Zuid-Korea voor nog een wedstrijd…
De week erna in Korea ging het om een 2-tegen-2 die ik samen met iemand van mijn crew The Ruggeds danste. Het niveau in Korea is hoog en er waren veel internationale uitnodigingen, dus we wisten dat het niet makkelijk ging worden.
We begonnen bij de kwalificatie om ons te plaatsen voor de top 16. Nadat we dit hadden gedaan moesten we in de top 16 tegen 2 Koreaanse dansers. Deze ronde wonnen we met alle stemmen. De ronde erna moesten we weer tegen Koreanen, maar deze waren nog beter. We begonnen onze beste moves te gooien en wonnen ook deze ronde met alle stemmen. Nu stonden we in de halve finale en moesten we tegen dezelfde crew als de halve finale in Zwitserland. Deze keer kwamen ze met hun sterkste duo en wilde ze natuurlijk de stand gelijk maken. Ik deed 2 rondes en Shinshan met wie ik danste deed er 1. We gebruikte onze moves die we samen hadden voorbereiden en maakte de battle zo spannend mogelijk. Toen het voorbij was en we naar de jury’s keken, wisten we echt niet of we door zouden gaan naar de finale of dat dit het was. De uitslag was 3-2 voor ons en nu was er nog maar één battle te winnen. In de finale moesten we tegen een Japans team die erg goed voorbereid waren. Shinshan en ik hadden besproken wat we gingen doen en danste alles eruit in de finale. Wachtend op de beslissing dacht ik: ‘Als we deze winnen heb ik 4 competities achter elkaar gewonnen, dat zou wel cool zijn.’. Toen de jury onze hand omhoog deed voelde ik me opgelucht. Ik had mijn doel bereikt en had al mijn competities gewonnen.
Mijn dans draait niet om het winnen, maar ik vind het mooi om te zien dat anderen mijn stijl mooi vinden en me supporten. Competities geven me altijd motivatie en er is toch altijd een stemmetje in mij die zegt dat ik moet winnen. Mezelf blij maken is het doel en wanneer ik tegen mezelf zeg dat ik wil winnen dan is er maar één optie.”
Lorenzo Caboni

